http://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/11/and-then-we-danced_33058_117633.jpg

And Then We Danced: flinterdun maar knap

Is dit Zweeds-Georgische coming out-verhaal vernieuwend in zijn genre? Dat betwijfel ik. Maar laat u zich vooral bekoren door het vloeiende camerawerk van cinematografe Lisabi Fridell (Stupid Young Heart, Something Must Break) en de prestatie van hoofdrolspeler Levan Gelbakhiani. Gelbakhiani bewijst niet enkel een groots acteur in wording te zijn maar slaagt er ook moeiteloos in om het publiek in te palmen met zijn dansmoves.

Regisseur Levan Akin (Circles, Certain People), geboren in Stockholm met roots in Georgië, haalde voor zijn derde langspeelfilm de inspiratie dichtbij huis. Hij werkte onder meer samen met producer Benny Andersson, tevens bekend als oprichter en voormalig lid van ABBA. Het komt dus als geen verrassing dat er minstens één ABBA-nummer verwerkt zit in dit sociale drama, dat in mei in première ging tijdens de Directors’ Fortnight op het filmfestival van Cannes.

And Then We Danced vertelt het verhaal van Merab (Levan Gelbakhiani), een jonge danser die het wil maken binnen het het strenge National Georgian Ensemble. Zijn carrière komt echter in het gedrang wanneer de rebelse Irakli (Bachi Valishvili) het gezelschap vervoegt. Omringd door een golf van mysterie en roddels, zoals het de gemiddelde nieuwkomer betaamt, springt Irakli onmiddellijk in het oog door zijn mannelijke uitstraling, ruwe looks en oorring. Naast een groeiende concurrentie tussen beide jongemannen, ontluiken er ook ongekende gevoelens.

There is no sex in Georgian dance”, brult choreograaf Aleko (Kakha Gogidze) tijdens de eerste minuten van de film. Dat is slechts het topje van de ijsberg, want Akin laat je met veel plezier een kijkje nemen in de Georgische danstradities.

Naast de ijzige Aleko – niet meteen je standaard gepassioneerde choreograaf – maken we kennis met de mooie Mary (Ana Javakishvili), sinds jaar en dag de danspartner van Merab. Mary koestert niet alleen warme gevoelens voor dans, maar ook voor haar partner. Merab zelf lijkt helaas niet helemaal overtuigd. Hij worstelt met het strakke dansschema, een bijbaantje in het restaurant om zijn familie (een gezin van ex-dansers) te onderhouden en het vruchteloos intomen van zijn broer David (Giorgi Tsereteli). Helaas evolueren zowel Mary als David niet doorheen het verhaal en blijven ze veeleer holle personages: Mary vervalt in de rol van ‘ de beste vriendin’ en David blijft ‘de eeuwige relschopper’.

Het staat buiten kijf dat het Gelbakhiani is die de (dans)show steelt. Zijn charisma spat van het scherm en het mag gezegd worden: the boy can dance. Zijn personage ontplooit zich verder doorheen de tweede helft van de film, waar we onder meer de dansende vrienden volgen naar het buitenverblijf van Mary’s familie tijdens een welgekomen weekendje weg. Het is ook hier dat Merab en Irakli (deze laatste gekleed in een Dwars Door Hasselt t-shirt – what’s up with that?) aarzelend toegeven aan hun gevoelens voor elkaar.

Hoe ongelooflijk mooi verfilmd, gemonteerd en belicht ook, helaas blijft de tweede helft veelal voorspelbaar. Ook hier geen nieuwe inzichten of verrassende wendingen; wel enkele overbodige plotelementen, waaronder een verstuikte enkel en een zoveelste uitspatting van de roekeloze David. De slotscène blijft open voor interpretatie maar vertaalt eveneens visueel het aanvaardingsproces waarmee Merab worstelt: de constante strijd met zijn geaardheid, een mix van pijn, opluchting en opwinding.

Begrijp me niet verkeerd: ondanks het veelal flinterdunne verhaal en de clichématige nevenpersonages, is And Then We Danced een warme film en een visueel pareltje. Het huist een verhaal dat moét verteld worden en is een film dat een zeker doelpubliek zal (en moet) bereiken. En wie weet ondertussen ook een beeldje mag binnenhalen voor Best International Feature tijdens de volgende Academy Awards?