http://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/07/BRIFF.jpg

BRIFF brengt bruisend Europees talent naar onze hoofdstad

De zonneschuwe cinefielen konden de afgelopen dagen onderdak en airconditioning vinden in de Brusselse cinemazalen voor het Brussels International Film Festival. Daar kregen ze een pak films van jong Europees geweld voorgeschoteld, net als gigantische teleurstellingen van de oude garde.

BRIFF zet die oude garde graag front and center. Openingsfilm It Must Be Heaven van de Palestijnse regisseur Elia Suleiman probeert op een amusante manier aan maatschappijkritiek te doen maar raakt daarbij kant noch wal. Slotfilm The Best Years of a Life van gevestigde Franse waarde Claude Lelouch toont acteer- en editingprestaties die de gemiddelde KASK-afstudeerfilm Oscarwaardig doen lijken. Geen idee waarom Michael Hazanavicius eregast is in een jaar waarin hij geen nieuwe film uitbracht. Om nog maar te zwijgen van Abel Ferrara die met zijn nieuwe film Tommaso, duidelijk laat blijken niets te hebben begrepen van de MeToo-beweging.

Gelukkig maakte het Brusselse Filmfestival die miskleunen ruimschoots goed met een overvloed aan talent in de drie competities. In de internationale competitie ging de hoofdprijs naar de Chinese film So Long, My Son van regisseur Wang Xiaoshui. Het diep emotionele gezinsportret over China’s eenkindpolitiek won eerder al in Berlijn en wist ook in Brussel de jury te overtuigen. Wij gingen vooral overstag voor God Exists, Her Name Is Petrunya. In de hilarische feministische prent van de Macedonische Teona Strugar Mitevska krijgt een jonge werkloze vrouw het hele dorp tegenover zich nadat ze een wedstrijd Heilig Kruis-duiken georganiseerd door de orthodoxe kerk wint.

In de Directors’ Week stond er vooral bevreemdende cinema op het programma. Pratende koelkasten, griezelige kinderrijmpjes en xenofobische borstvergrotingen kwamen allemaal aan bod. De jonge Litouwse Aiste Zegulyte nam overdonderd de hoofdprijs in ontvangst voor haar documentaire Animus Animalis over de relatie tussen mensen en opgezette dieren. Ook de Nederlandse Rosanne Pel viel in de prijzen met haar Light as Feathers, een verscheurende kijk op familiale machtsrelaties en seksueel misbruik.

In de nationale competitie was het vooral uitkijken naar de nieuwste film van Sacha Polak. De Nederlandse regisseur toonde eerder met films als Hemel (2012) en Zürich (2015) dat ze genoeg talent in huis heeft, maar overtrof alle verwachtingen met Dirty God. De film behandelt niet alleen onze loze selfiecultuur, maar raakt ook diepere wonden zoals inherente vrouwenhaat en vervreemding. De grote prijs van de jury ging verrassend naar Oleg van Juris Kursietis, over een Litouwse slager in Brussel.

Al bij al was het een geslaagde tweede editie van het Brusselse International Film Festival met een hoop films die jammer genoeg nooit opnieuw het Belgische cinemascherm zullen bereiken. Daarom zou het festival in de toekomst het fris talent meer in de verf moeten zetten, die oude grijze garde kunnen we missen.