https://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/01/rocky-e1547286846765.jpg

De magische melancholie van Rocky

Op 20 november 1976 weergalmde voor het eerst de iconische filmkreet “Adriaaaaan!” door een cinemazaal. Op die datum ging namelijk het legendarische boksdrama Rocky in première in New York. De film over een amateurbokser uit Philadelphia die zich onsterfelijk maakt door samen met wereldkampioen Apollo Creed in de ring te kruipen, lanceerde de carrière van Sylvester Stallone, won drie Oscars en was het begin van een zevendelige filmreeks.

Je moet al in een Tibetaans klooster hebben geleefd om de naam Rocky Balbao niet te kennen. Het is dan ook moeilijk om dingen over de prent te vertellen die in de vier decennia sinds de release nog niet werden neergeschreven. Toch is er een aspect van het origineel dat me al jaren intrigeert en nauw aan het hart ligt: de droefgeestige sfeer die het verhaal van de boksende loebas typeert.

Philly 4 Eva

Allereerst speelt de locatie een belangrijke rol in de melancholische identiteit van de prent. Rocky maakt handig en doelbewust gebruik van filmisch realisme. De film speelt zich dan ook hoofdzakelijk af op de straten van het ‘armere’ Philadelphia. Balboa slentert over natte voetpaden, de riolen spuwen stoom, de straathoeken worden ingepalmd door straatzangers of hangjongeren en de trainingen gebeuren in aftandse gymzalen. De neerslachtige deuntjes van Bill Conti en de grauwe filmstijl van John G. Avildsen zetten het allemaal nog eens extra in de verf. Gevolg: je krijgt als kijker een zeer troosteloze indruk mee.

Rocky Balboa is als personage één met die droevige omgeving boordevol boefjes, noeste arbeiders, tooghangers en bedelaars. Zelf zou je er niet graag vertoeven, maar The Italian Stallion voelt zich thuis in die buurt. Sterker nog: hij ziet er zelf de schoonheid van in. Via het hoofdpersonage krijgen de duistere, trieste wijken van Philadelphia kleur doordat je kennismaakt met ongure figuren die gelaagde personen blijken te zijn boordevol twijfels, emoties, angsten en dromen. Rocky maakt je deel van de op het eerste gezicht lelijke gemeenschap en toont je de waarde van zijn omgeving. Er lijkt geen uitweg uit de wereld van Rocky, maar er heerst wel stille hoop en subtiel geluk.

Eén van de redenen waarom de Rocky-sequels minder goed werken, is omdat Philly in die films steeds minder wordt behandeld als een hoofdpersonage. In deel twee is de stad nog wel enigszins aanwezig, maar wanneer Rocky zich tegoed doet aan rijkdom en naar Rusland trekt, ruilt de franchise de ruwe, bedrukte atmosfeer voor oppervlakkig heroïsme en machogedrag. Gelukkig besefte Stallone tijdig dat een terugkeer naar de roots van zijn geliefd personage nodig was. In Rocky Balboa (2006) en Creed (2015) is de bokser opnieuw versmolten met zijn thuisstad. Plots zie je de terugkeer van de treurige vibe die de eerste Rocky-film kenmerkte. Denk maar aan hoe Stallone in Rocky Balboa terugkeert naar enkele plaatsen uit het origineel en hoe de trainingen van Adonis Creed plaatsvinden in de muffe, verloederde trainingslokalen van de achterbuurten van Philadelphia. Een mooiere ode aan de somberheid van deel één kan je je niet indenken.

Tragische underdog

Van de stad naar het hoofdpersonage. Balboa vormt namelijk het hart en de ziel van de Oscarwinnaar uit 1976. Niets dat meer de weemoedige toon van de prent in de hand werkt dan de naïeve, goedbedoelende , niet al te snuggere en knuffelbare bokser.

Stallone heeft Balboa niet op papier gezet als een oppervlakkige underdog die in een rechte lijn naar zijn gloriemoment toewerkt. Er speelt veel meer. Rocky is in de eerste plaats een ingetogen, humaan portret van een tragisch karakter. The Italian Stallion is een trieste, eenzame figuur die stilletjes wegkwijnt in zijn donker appartementje. De momenten waarop hij een babbeltje slaat met zijn vissen of schildpadden zijn hartverscheurend omdat je merkt dat dit een persoon is die snakt naar genegenheid, liefde en een luisterend oor.

Het wordt enkel nog maar pakkender wanneer Rocky het hart van Adrian probeert te veroveren. Hij ziet op geen enkel moment een grijze, seutige muis in haar. Hij ziet een mooie, schuchtere vrouw die naar hetzelfde als hij op zoek is. Het is ontzettend aandoenlijk om twee gebroken, onzekere zielen naar elkaar toe te zien groeien. Om het met de woorden van Rocky te zeggen: “She’s got gaps, I got gaps, together we fill gaps.”

Zijn hart voor dieren, Adrian, makker Paulie en zijn wijkgenoten zet continu Rocky’s warme en onbevangen persoonlijkheid in de verf. Dat heeft ook zijn invloed op de kijker. Het zorgt ervoor dat je hem steeds steunt en hem de overwinning tegen Apollo Creed gunt. Niet omdat Creed een gigantische klootzak is, maar omwille van wie Rocky is, omwille van de persoon met wie je de hele film hebt kennisgemaakt.

Het maakt de ontlading van de laatste seconden, waarin een emotionele Rocky Adrian in de armen sluit, des te doeltreffender. Waarom huil en lach je als kijker van geluk ook al wint Creed het gevecht? Omdat Rocky ons confronteert met de melancholie en primaire emoties die we allemaal kennen, najagen of willen bestrijden. Zien hoe een onschuldige stakker de droefenis in zijn leven op weergaloze wijze overwint, raakt na veertig jaar nog steeds een zeer gevoelige snaar.

Go, Rocky!