http://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/03/dumbo-e1553772745711.jpg

Dumbo: onschuldig familie-entertainment

Het kassucces van Alice In Winderland (2010) maakt het niet zo’n verrassing dat Tim Burton terug in zee is gegaan met Disney. De Master of Weirdness waagde zich ook deze keer aan een live action-bewerking van een animatieklassieker van de entertainmentgigant: Dumbo (1941). Het resultaat is geen Burton pur sang, maar wel charmant familievertier.

Omdat Walt Disneys 79 jaar oude film niet voldoende materiaal bevat voor een blockbuster van twee uur, beslisten Burton en zijn scenarist Ehren Kruger om het vliegende olifantje te voorzien van een nieuw verhaal. Het schattige diertje maakt nog steeds deel uit van een circuscollectief en moet net zoals in het origineel afscheid nemen van zijn mama. Gelukkig vindt onze kleine vriend met de slurf steun bij oorlogsveteraan en circusvedet Holt Farrier (Colin Farrell) en zijn kinderen, die alles uit de kast halen om Dumbo te herenigen met moederlief. Maar dan moeten ze eerst wel komaf maken met de gewiekste circus- en pretparkbaron V. A. Vandevere (Michael Keaton).

Dat alles vormt de basis voor een onschuldige familiefilm met een plezierig verhaaltje, leutige personages en onsubtiele boodschappen. Gelukkig kan je met iemand als Tim Burton aan het roer met een gerust hart in je bioscoopstoel onderuit zakken, want kom, de man weet hoe hij een verhaal moet vertellen. De twee uur durende film glijdt dan ook zonder veel narratieve horten en stoten voorbij. Burton weet dat hij met deze film niet hoogst origineel uit de hoek komt, waardoor hij zich vooral focust op het zo goed en vlot mogelijk combineren van zijn ingrediënten.

Het leukste ingrediënt dat hij mag gebruiken, is de cast. Vooral Danny Devito, Michael Keaton en Alan Arkin vallen op. Devito amuseert zich rot als opportunistische circusbaas, Keaton kiest voor een staaltje overacting dat vaak een glimlach op je smoelwerk tovert en Arkin lijkt er zo weinig zin in te hebben, dat zijn bondige acteerprestatie hilarisch wordt.

De acteurs mogen dus voluit gaan. Helaas is dat niet het geval voor de Beetlejuice-regisseur. Hoewel hij wel mag spelen met enkele Burtoneske elementen – een circus, outsiders, steampunk-achtige technologie – maakt hij van Dumbo nooit een uit de kluiten gewassen Burton-werk. Is dat te wijten aan de Disney-invloed? Misschien. Er schuilt nu eenmaal een duidelijke strategie achter de ontelbare live action-remakes die het bedrijf momenteel aflevert. Mickey Mouse is niet op zoek naar regisseurs die carte blanche willen, maar naar ervaren rotten die Disneys klassieke verhalen in een nieuw, onderhoudend jasje kunnen steken voor een groot publiek.

In het geval van Dumbo levert dat een ironisch aspect op. Want dit is een film die hoofdzakelijk op veilig speelt, maar wel met modder gooit naar monopolistische bedrijfsculturen, genadeloze entertainmentindustrieën en hebzuchtige kapitalisten. Een snode knipoog van Burton en Kruger? Of gewoon de onbreekbare zelfzekerheid van Disney die aan het werk is? Wie zal het zeggen?

Hoe dan ook, wie – alleen of samen met het gezin – wil genieten van een schattig olifantje, kleurrijke sets en een fijn jeugdspektakel waar uiteindelijk weinig mis mee is, is bij Dumbo aan het juiste adres. Stiekem misten we wel de durf die wijlen Walt Disney aan de dag legde met zijn vroege animatiefilms. Maar safe bets als dit zijn nu eenmaal de huidige status quo in Hollywood, we guess.