http://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/05/gojira.jpg

Godzilla: King of The Monsters – een destructieve downgrade

Naar de bioscoop gaan is vaak een zoektocht naar catharsis. Naar pure ontlading. Die ontlading kan komen in de vorm van een meeslepend drama, een ijzingwekkende thriller of gewoon een meute megamonsters die elkaar de kop inslaan. Raad eens tot welke categorie de nieuwe Godzilla-film behoort?

King of The Monsters dropt ons in een wereld waarin de mens zich ervan bewust is dat we deze planeet delen met zogenaamde Titans, gigantische monsters die de aarde in evenwicht proberen te houden. Omdat de mens niet echt een bijster slim beestje is, zijn er figuren die niet bijster slimme dingen aanvangen met enkele pas ontdekte Titans, waardoor er plots tientallen gigabeesten op de aarde worden losgelaten. De enige die dat probleem kan oplossen: Godzilla!

King of The Monsters ziet het groter dan voorganger Godzilla (2014) en stelt de kijker daarom voor aan enkele iconische creaturen uit de Godzilla-encyclopedie. Megamot Mothra maakt haar intrede, de vuurdemon Rodan zet het luchtruim in vuur en vlam en – last but nog least – de driekoppige Gidorah bedreigt het leven op deze aardkloot. Al die beesten brengen een heleboel geweld, vernieling en apocalyptische taferelen met zich mee, waardoor dit vervolg ook veel logger en bombastischer is dan de film van Gareth Edwards.

Dat Edwards niet meer achter de camera staat, voel je. Met Godzilla creëerde de Brit een unieke blockbuster met een eigenzinnige visie op het klassieke Japanse monster. Doorheen die film vond hij steeds creatieve manieren om de beesten en verwoestende knokpartijen in beeld te brengen. Hij zette Godzilla overtuigend neer als een goddelijk wezen. Een wezen waartegen de mens in het niets verdwijnt. Denk aan de HALO-scène. Of aan Godzilla die in stofwolken gehuld is. De film leek soms wel de blockbusterversie van een Francisco Goya-schilderij.

King of The Monsters komt iets minder creatief uit de hoek. Akkoord, Michael Dougherty en cameraman Lawrence Sher persen vaak ook wel knappe beelden uit hun camera (Mothra krijgt enkele van de knapste momenten toebedeeld), maar er mist toch wel een eenduidige visie. De zelfzekerheid die de film uit 2014 bevatte is grotendeels zoek.

Het grotere canvas waar de film mee speelt vormt ook een achilleshiel. Als een schizofrene globetrotter huppelt het verhaal van het ene naar het andere continent. En de menselijke verhaallijn moet dramatischer uit de hoek komen dan die uit Godzilla, maar het raakt nooit je koude kleren. De film van Edwards pompte bewust niet veel moeite in de menselijke personages. King of The Monsters probeert dat wel te doen, maar op een teleurstellende en vaak verwarrende manier. Je krijgt bordkartonnen figuren met rare motivaties. Meer niet.

Je zit vooral te wachten tot Godzilla het opneemt tegen zijn lelijke aartsvijanden. Het is tijdens die momenten dat de ware identiteit van de film naar boven komt. Je zit in de zaal om mee te schreeuwen met goddelijke misbaksels die met elkaar worstelen en steden vernielen. De knokscènes stellen dan ook niet teleur. Dougherty haalt alles uit de kast om de fans van de beesten waar voor hun geld te geven. Subtiel kan je het allemaal niet noemen, maar het doet de adrenaline wel door je lijf razen.

Wat we ook graag vermelden is dat dit een film is die goed weet hoe je speciale effecten moet toepassen. Godzilla en co. schieten vooral in de duisternis en tijdens regenbuien in actie, wat de computereffecten in de film alleen maar ten goede komt.

Coole fight scenes en geslaagde effecten zijn helaas niet voldoende om het niveau van de voorganger te halen. Dit is B-cinema die alles uit zijn waanzinnig budget haalt, maar de creatieve ambities achter de camera zijn deze keer op een lager pitje gezet. Entertainend, maar niet echt bijzonder.