https://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/02/beale-street-1-e1549368018139.jpg

If Beale Street Could Talk: de magie van de close-up

Geen enkel shot evenaart de magnetische kracht van een close-up. Vraag dat maar aan de Amerikaanse cineast Barry Jenkins. De filmmaker kroont zich met Moonlight-opvolger If Beale Street Could Talk tot de moderne koning van de close-up. Hoe? Door aan te tonen dat het shot veel meer is dan zomaar inzoomen op een gezicht.

“Ik ben heel jaloers op je close-ups”, vertrouwde Phantom Thread-cineast Paul Thomas Anderson Barry Jenkins toe tijdens een recent gesprek tussen de twee filmgiganten. “Hoe doet hij dat toch, vraag ik me steeds af”, klonk het. Een opmerking die Jenkins onmiddellijk de zevende hemel in stuurde. Je krijgt als filmmaker namelijk niet elke dag zulke complimenten van een van de grootste levende regisseurs. Maar Anderson heeft een punt. Jenkins heeft een onevenaarbaar oog voor close-ups.

Dat bewees hij eerder al met zijn Oscarwinnaar Moonlight. De beelden uit die film die je het meest blijven achtervolgen zijn die waarin de camera gefocust de gezichten van acteurs Trevante Rhodes, Ashton Sanders, Alex R. Hibbert en Naomie Harris registreert, terwijl ze recht in de camera kijken. Via de lengte van het shot, de nuance in de expressie van de acteur en de plaats van het shot binnen de context van de film en de emotionele leefwereld van het personage tilt Jenkins de close-up naar een niveau dat je amper te zien krijgt in de huidige Amerikaanse cinema.

In If Beale Street Could Talk zoekt hij dat niveau opnieuw op. De verfilming van het gelijknamige boek van James Baldwin belicht het tedere liefdesrelaas van twee jonge mensen, Fonny (Stephan James) en Tish (KiKi Layne), die uit elkaar worden gerukt door een valse beschuldiging, die ervoor zorgt dat Fonny achter de tralies belandt. Net als Moonlight is Beale Street doorspekt met shots waarin de hoofdpersonages langdurig in de camera kijken.

Op een oppervlakkig niveau kan je zeggen dat Jenkins dat doet om de passie, het verlangen, de verliefdheid, de jonge naïviteit, de hoop en de warmte te illustreren waarmee Fonny en Tish elkaar benaderen. Wat ook klopt. Door James en Layne recht in de camera te laten staren, plaatst de filmmaker je in de schoenen van de personages. Zo toont hij hoe Fonny naar Tish kijkt en vice versa. Het levert verschillende momenten op waarin je als cinemabezoeker in de duisternis heel intiem naar het aangezicht en de blik van de acteurs bent aan het staren. Je wordt geconfronteerd met de hartstocht waarmee deze twee zielen tegenover elkaar staan. Met wat ze op een specifiek moment voelen en denken.

Maar de close-ups van Jenkins doen veel meer dan enkel de emoties van de personages uitlichten. Ze verlangen namelijk ook iets van jou. Via de manier waarop Jenkins een gezicht het frame laat inpalmen (door bijvoorbeeld de achtergrond weg te filteren), hoe hij een acteur laat kijken en de lange seconden waarin een shot wordt aangehouden, vraagt de regisseur de actieve medewerking van de toeschouwer. Hij vraagt je om te kijken. Om te kijken naar een mens. Om je in te leven in een personage. Om te voelen wat een personage voelt. Om moeite te steken in het universum van een ander.

Dat lijkt een simpele vraag, maar dat is het niet. Want hoe vaak kijk je in het echte leven naar iemand zoals je naar iemand kijkt in een Jenkins-close-up? Hoe vaak tuur je secondenlang, zonder een woord te uiten, naar iemand om een persoon beter te leren kennen? Om te weten en te ontdekken wat er in die persoon omgaat? Onze gok: weinig of nooit.

We kunnen er zelfs nog een sterkere vraag bovenop gooien. Hoe vaak probeer jij door te kijken iemand die mijlenver van jouw leefwereld en ervaringen afstaat te doorgronden? Want ook dat is iets dat Jenkins bewerkstelligt: via zijn close-ups zorgt hij ervoor dat er wereldwijd bioscoopgangers zijn die door de priemende blikken van zijn acteurs een identificatieproces aangaan met personages waarmee iemand zich anders totaal niet vereenzelvigt.

Moesten Fonny en Trish je op straat passeren, je zou ze waarschijnlijk weinig aandacht gunnen. Maar door je secondenlang te confronteren met wat er achter hun ogen schuilt, heb je haast geen keuze dan je in te leven in wat de personages twee uur lang doorstaan. Jenkins bewerkstelligt een fel vermenselijkingsproces dat ervoor zorgt dat het onrecht dat de verliefde tortelduifjes op hun pad tegenkomen des te harder onder je huid kruipt.

De close-up is voor Jenkins een doeltreffend wapen om barrières tussen kijkers en personages volledig weg te blazen. Een blik is vaak het enige dat hij nodig heeft om je in het leven van iemand te trekken waar je anders totaal geen voeling mee hebt. Die eigenschap alleen al maakt van Jenkins een modern filmmeester.