http://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/03/Bad-Times-at-the-El-Royale_2.jpg

Recensie Bad Times at the El Royale

Zeven jaar na kijkers de bosjes in te lokken met een vernuftige horrorsatire (The Cabin in the Woods) keert schrijver-regisseur Drew Goddard terug met een nieuwe film. Sinds zijn debuut scoorde hij onder meer door de ruimteavonturen van botanist Mark Watney naar het witte scherm te vertalen (scenariobewerking The Martian). Helaas kan Bad Times at the El Royale de hooggespannen verwachtingen niet inlossen.

Een priester (Jeff Bridges), een stofzuigerverkoper (Jon Hamm), een zangeres (Cynthia Erivo) en een ‘bad girl’ met attitude (Dakota Johnson) strijken neer in de El Royale, een hotel dat zijn beste dagen achter de rug heeft. Elk van de gasten heeft een verleden dat op de een of andere manier aan het licht zal komen en vrijwel iedereen speelt een dubbele rol, zelfs Miles (Lewis Pullman), de vriendelijke maar onbehulpzame manus van alles die het hotel draaiende houdt. Allen vluchten ze weg of zijn ze op zoek naar ‘iets’.

Het klinkt als de setup van een grap die wacht op een pointe en is tevens het vertrekpunt van Goddards tweede langspeler, een film die zichzelf nooit al te serieus neemt zonder evenwel een komedie of satire te worden en die, helaas, ook de beknoptheid van de beste moppen ver achterwege laat. Bad Times at the El Royale voelt aan als een buitensporig langdradige film die het vooral moet hebben van zijn onverwachte wendingen.

Echt intrigeren doen de mysteries niet aangezien je als kijker nooit binding zal voelen met de flinterdunne personages. Het verhaal is knap gestructureerd met diverse scènes die gelijktijdig plaatsvinden en vanuit verschillende perspectieven getoond worden, maar van spanning of inleving is weinig tot geen sprake. Bij gebrek aan karakteruitdieping voorziet Goddard vrijwel elk personage van één tekenende ervaring die zijn of haar levensverloop in grote mate bepaalde en hij hoopt dat dit volstaat om kijkers geboeid te houden. Naarmate de avond vordert, beginnen de lichamen op te stapelen in de El Royale en mogelijk ben je als kijker verrast, maar veel meer dan de schouders ophalen zal het niet teweegbrengen.

Wanneer later zelfs de charismatische leider van een sekte (Chris Hemsworth) op visite komt om zijn sixpack te showen en weggelopen discipelen terug toe te voegen aan de familie gaan de poppen helemaal aan het dansen. Het voelt vooral aan als een handig excuus om de film van een antagonist te voorzien, ongeacht hoe lukraak zijn aankomst ook aanvoelt. Tegen de tijd dat alle overlevenden rond de roulette tafel zitten en sekteleider Billy Lee ‘de waarheid’ wil achterhalen (met leven of dood van de deelnemers als inzet), is Bad Times at the El Royale helemaal getransformeerd in een wannabe Tarantino B-film, met ernstig gebrek aan spitsvondige observatie. De climax ontgoochelt en de film dooft simpelweg uit.

Een zorvuldig geselecteerde soundtrack boordevol golden oldies en degelijke acteerprestaties – met vooral een karaktervolle Jeff Bridges, maar een inwisselbare Hemsworth en Johnson – maken deel uit van de sterke troeven van Bad Times at the El Royale. Toch wordt de film nooit beter dan het cinematische equivalent van kraantjeswater geserveerd in een fraai glas en opgefleurd met een kleurrijk papieren parapluutje. Het lest de dorst zonder dat het naar meer smaakt en valt niet te verwarren met een cocktail.