http://wordpress.cinemapp.com/wp-content/uploads/2019/11/irishman-e1573030448781.jpg

The Irishman: melancholisch gangsterepos

Martin Scorsese. Robert De Niro. Al Pacino. Joe Pesci. Harvey Keitel. Het was lang ondenkbaar dat al deze filmgiganten samen een film zouden maken. Tot nu. Met dank aan de geldschieters van Netflix slaagde Scorsese erin om al die acteerhelden bij elkaar te krijgen voor zijn meest ambitieuze misdaadepos tot op heden. 

Met The Irishman – gebaseerd op het boek I Heard You Paint Houses van Charles Brandt – brengt Scorsese na jaren proberen eindelijk het ware verhaal van Frank Sheeran (Robert De Niro) naar het witte doek. Sheeran groeide na zijn tocht als soldaat door Europa tijdens Wereldoorlog II uit tot een loyale en gevreesde huurmoordenaar voor de maffia. Specifiek voor maffiabaas Russell Buffalino (Joe Pesci). Sheerans leven nam een interessante wending toen hij in dienst werd genomen als zware jongen door de immens populaire vakbondsleider Jimmy Hoffa (Al Pacino). Via die baan werd  hij betrokken bij de controversieelste maffiapraktijken uit de 20e eeuw.

The Irishman is een intrigerend beest binnen het oeuvre van Scorsese. De eerste twee uur van de film – die uiteindelijk 209 minuten lang je aandacht opeist – worden gekenmerkt door herkenbaarheid. Wie vertrouwd is met Mean Streets (1973), Goodfellas (1990) en Casino (1995) belandt met The Irishman in een bekende wereld. Een wereld van afrekeningen, loyaliteit, doorzichtige codetaal, stoere Italiaans-Amerikaanse mannen, donkere achterkamertjes, gespierd taalgebruik, grappige bijnamen, frauduleuze praktijken en intimiderende dreigementen. De cameratruukjes, montagespielereien, voice-over en klassieke rock-’n-roll-deuntjes die we met de meesterfilmmaker associëren horen daar ook bij.

Maar toch merk je dat er iets anders is dan bij zijn vorige misdaadmeesterwerken. Het tempo ligt veel lager. De muziek, montage en camera hebben ditmaal geen dominante aanwezigheid. Humor is niet alomtegenwoordig. En de film wil nooit zwierig uit de hoek komen. Scorsese heeft geen haast om zijn verhaal te vertellen. Hij wil een misdaadleven in al zijn facetten tonen en doet dat geduldig. Niet dat dit een trage film is. De 209 minuten voel je amper, maar The Irishman is geen sneltrein. Je vraagt je vaak af waarom precies en wat precies de bedoeling is. Het antwoord krijgt je in het laatste uur. 

In de laatste akte van The Irishman wordt het overduidelijk dat de maffiabiopic niet de zoveelste misdaadprent van Scorsese is. In dat laatste uur wordt duidelijk dat de cineast zijn favoriete genre stevig onder de loep heeft genomen om een laatste statement te maken over de Sheerans en Buffalino’s van deze wereld. De wereld die deze film weergeeft is geen aantrekkelijke wereld, maar een wereld die geen spaander heel laat van iedereen die erin vertoeft. Het resultaat is een epische brok melancholie en tristesse die de uitzichtloosheid en zelfs zieligheid van het maffiabestaan blootlegt. Alsof Scorsese twee uur lang een val plaatst door je te plezieren met zijn gekende handelsmerken om je dan in het laatste uur met de neus keihard op de feiten te drukken. Het leven van een gangster loont niet. Punt.

Op die manier maakt Scorsese ook meteen komaf met iedereen die beweert dat hij de misdadigers uit zijn films verheerlijkt. Dat hij dat niet doet, maakte hij al duidelijk in Mean Streets, Goodfellas en Casino. Maar voor de slechte verstaander brengt hij die boodschap met The Irishman helderder dan ooit. 

Naast een melancholische blik op de maffia is The Irishman ook een gedurfde geschiedschrijving. Het verhaal van Sheeran, Buffalino en Hoffa is een verhaal dat op historisch vlak nog veel onduidelijkheden en gaten kent. Hadden ze iets te maken met de moord op John F. Kennedy? En hoe zit het nu precies met de verdwijning van Hoffa? Vragen en legendes die de Amerikanen al decennia bezighouden. Eenduidige antwoorden bestaan er niet. Toch durft Scorsese het aan om bepaalde geruchten – die mogelijk dicht bij de feiten aanleunen – te portretteren als de bloederige waarheid. Dat maakt van The Irishman een uiterst boeiende brok Amerikaanse geschiedenis die de rol van de maffia tijdens de tweede helft van de 20e eeuw allesbehalve minimaliseert.

Een brok geschiedenis waarin de acteurs alles uit de kast halen. De Niro acteert ingetogen om een personage neer te zetten dat steeds in de schaduwen van zijn opdrachtgevers beweegt. Hij geeft een koele killer een dosis menselijkheid mee die naargelang de film vordert van pas komt. Pacino steekt daarentegen zijn lontje nog eens aan en spat bijna van het scherm als de charmante, koppige, luide en extraverte Hoffa. Een plezier om te aanschouwen. En Pesci? Die speelt geen onvoorspelbare psychopaat deze keer, maar een beheerste maffiatopman die je als kijker met zijn rustige stemgeluid al voldoende angst inboezemt. 

En ook True Blood-gezicht Anna Paquin maakt deel uit van de cast. Haar rol als de dochter van Sheeran heeft al enige controverse veroorzaakt omdat ze maar een zinnetje zegt tijdens de film. Een bewuste keuze van de regisseur en scenarist Steve Zaillian. Dochter Sheeran treedt op als het moreel kompas van de film, die via haar stilte meer zegt dan dat ze ooit met woorden zou kunnen zeggen. De scènes waarin het personage een ruimte deelt met Buffallino zijn oorverdovend. Door niets te zeggen maakt het meisje duidelijk hoe zij over het misdaaduniversum waarin haar vader vertoeft denkt. En ook hoe wij er moeten over denken. Nee, een sterk en uitgewerkt personage is ze niet, maar ze vormt wel een essentieel onderdeel van de film.

En hoe zit het nu met die digitale verjongingskuur die de acteurs hebben gekregen? Het resultaat is gemengd. Zeker bij De Niro merk je dat zijn smoelwerk een laag heeft gekregen die bestaat uit enen en nullen. Het verjongde gezicht strookt ook niet altijd met de stroeve lichaamstaal van de acteur op leeftijd. Wat soms voor een bevreemdend resultaat zorgt. Maar eens je wordt meegesleept door het verhaal merk je steeds minder van de digitale facelifts. Vooral bij Pacino en Pesci lijkt de technologie goed gelukt.

Voor de stempel meesterwerk is The Irishman uiteindelijk te log en mist de film soms focus, maar het is zonder twijfel wel een van de interessantste films van Scorsese. Dat hij na al die jaren nog steeds een nieuw licht op dit type film schijnt, is indrukwekkend. Zeker als het gebeurt op de ontwapenende en menselijke manier waarop het in The Irishman gebeurt. Of dit de laatste gangsterprent van Scorsese is, daar hebben we het raden naar. Maar indien dit inderdaad het slotstuk is van een imposante reeks maffiafilms, dan hadden we ons geen beter einde kunnen indenken.