Terwijl het 71e filmfestival van Cannes aan haar vierde dag bezig is, maken wij al even een tussentijdse balans op. Met vijf films uit de officiële competitie achter de kiezen, krijgt de strijd om de Gouden Palm stilaan vorm.

Na de verjaardageditie van vorig jaar lijkt het belangrijkste & meest glossy filmfestival van de wereld nood te hebben aan vernieuwing en heroriëntering. Gepaard met een nogal conservatief knikje werden niet alleen selfies op de rode loper geband (tsja), maar ook enkele Netflix-titels uit het programma geweerd. Over de hele Netflix-kwestie is het laatste woord ongetwijfeld nog niet geschreven, maar gelukkig is de pot-verwijt-de-ketel-discussie eventjes gaan rusten.

Die zelfreflectie van het festival manifesteert zich vooral, en gelukkig, ook in de line-up van de officiële selectie. Bij de bekendmaking daarvan beweerde festivaldirecteur Frémaux dat deze editie “een nieuwe wind zou blazen in het cinemalandschap van vandaag en dat van de komende twintig jaar”. Een hol PR-praatje op het eerste gehoor misschien, al doen de eerst vertoonde films uit de competitie gelukkig wel het beste vermoeden.

Farhadi gaat Spaans

Althans, als we onze ogen dichtknijpen voor de openingsfilm van het festival. Het lijkt ondertussen bijna een ongeschreven traditie, maar na het matige ‘Les fantômes d’Ismaël’ van vorig jaar (en het ellendige ‘Grace of Monaco’ uit 2014) werd het festival afgetrapt door een film die opnieuw lauw werd onthaald. De eerste niet-Iraanse film van Cannes-habitué en Oscarwinnaar Ashgar Farhadi (‘A Seperation’, ‘The Salesman’) is een Spaanse whodunit met Penélope Cruz en Javier Bardem in de hoofdrollen. In een jaar met weinig grote A-namen op de planning, zijn dat twee welgekomen bekende koppen op de rode loper uiteraard.

‘Everybody Knows’

Waar Farhadi in het verleden voornamelijk moralistische kwesties in een meeslepende film wist te verwerken, trekt hij met Everybody Knows de kaart van een clichématige en voorspelbare telenovella. Een familiale panieksituatie vol wantrouwen en dramatisch potentieel, maar het ware conflict komt door een onevenwichtig scenario maar matig tot z’n recht. De Iraanse regisseur lijkt een beetje lost in translation: hij spreekt dan ook geen woord Spaans en werd op de set noodgedwongen bijgestaan door twee tolken. Dat is, ondanks goede prestaties van Cruz en voornamelijk Bardem, voelbaar: de flair van Farhadi’s gebruikelijke mise-en-scene en verteltrucjes is ver te zoeken.

Zwart-witte parels

Gelukkig veel beter is de nieuwe film van de Rus Kirill Serebrennikov (die twee jaar geleden met ‘Muchenik’ in de Un Certain Regard-sectie stond). In Leto (‘Summer’) mixt hij de identiteitsqueeste van een jonge, garage punkband met de joie de vivre en watermeloenen-op-het-strand-nostalgie van de rebellerende jeugd in het Leningrad van de jaren tachtig. De film glijdt vooruit als een jukebox vol greatest hits – met pastiche musicalintermezzo’s op de deunen van o.a. Lou Reed’s ‘Perfect Day’ en ‘Psycho Killer’ van Talking Heads.

 

‘Leto’

 

Serebrennikov schiet dit jeugdig tijdsportret in een bijzonder aantrekkelijke zwart-wit cinematografie, en passant doorspekt met kleurrijke spielereitjes die het beeldkader doorbreken en voor een videoclip-vibe zorgen. De nostalgie in Leto is soms eerder barokke disco dan écht anarchistische rock ’n roll – maar ook dat is in lijn met de zoektocht van de rockband in kwestie. Om bij weg te dromen.

Als voormalig artistiek directeur van een avant-garde theater in Moskou wordt Serebrennikov ervan verdacht geld te hebben gefraudeerd. De regisseur is daardoor zelf niet aanwezig in de Franse badstad, maar zit met huisarrest thuis in Rusland. Nuance: tal van grote Russische acteurs en regisseurs spreken de beschuldigingen tegen en verwijten het Poetin-regime onrust te willen stoken binnen de artistieke scene van Moskou. Leto krijgt zo een erg hedendaags meta-laagje.

‘Cold War’

Over aantrekkelijke zwart-witte cinematografie uit het Oostblok gesproken: ook de nieuwe prent van Ida-regisseur & Oscarwinnaar Pawel Pawlikovski, Cold War, is opnieuw feilloos (en in grijstinten) gefotografeerd. De kunst waarmee cameraman Łukasz Żal deze post-Tweede Wereldoorlog-romance inblikt is, net zoals in Ida, om duimen & vingers bij af te likken. Pawlikovski kiest voor een klassiek verhaal van twee geliefden die gemaakt zijn voor elkaar, maar er niet in slagen om samen te blijven. Deze gewapende vrede tussen een muziek- & theaterregisseur en zijn muze, een zangeres, strekt zich uit van Polen in 1949 tot midden jaren zestig in Parijs.

Pawlikovski noemde beide hoofdpersonages naar zijn eigen ouders en draagt de film ook aan hen op. Cold War is vrijer en energieker dan zijn voorganger, een visueel verbluffend & netjes afgewerkt liefdesverhaal dat ongetwijfeld een grote kanshebber is voor de Gouden Palm.

Franser kan niet

Net als Serebrennikov en Pawlikovski mag ook de Fransman Christophe Honoré voor het eerst in competitie aantreden. Na een misschien wat wankel en weinig overtuigende filmografie, tekent hij nu voor trefzeker auteurschap. Plaire, aimer et courir vite (‘Sorry Angel’) speelt zich (voornamelijk) af in het Parijs van 1993. Honoré trekt een pallet van homoseksuele personages op rond zijn protagonist Jacques: een HIV-positieve schrijver die niet gelooft dat ‘het beste nog moet komen’.

Franser dan dit worden films haast niet: hippe kunststudenten, veel blabla, bijna permanente sigarettenrook, een sappige dosis snobisme en een handvol intertekstuele referenties. Honoré giet alles in een opvallend blauw jasje (decors, kostuums, grading) en voedt de film vooral vanuit soms dromerige, vaak poëtische, maar steeds mooie dialogen. Grappig, verrassend, ontroerend: makkelijk Honoré’s beste film tot nu toe. Een frisse kijk op het gay-leven in Frankrijk begin jaren negentig, met de aids-crisis aanwezig op de achtergrond.

 

‘Plaire, aimer et courir vite’

 

Een erg Europees-georiënteerde competitie dus tot nu toe, al heeft dat vooral met de planning van het festival te maken. Er wacht immers nog een stevig front Aziatische films om de hoek. De voorlopig enige niet-Europese film was het langspeeldebuut van de Egyptenaar A.B. Shawky. In Yomedinne volgen we een leproos en een weeskind in hun zoektocht naar (de waarheid over) hun familie. Een humane roadtrip-parabel met enkele ijzersterke momenten en vooral een opmerkelijke cast vol non-acteurs. Als debuut kan dit tellen, ook al gooit Shawky het over een wel erg sentimentele boeg.

De hyperbolische Frémaux-uitspraak die een “vernieuwing van de huidige generatie” beloofde, zit voorlopig dus nog niet al te ver van de waarheid af – al staan er uiteraard nog zestien andere films te wachten om een gooi te doen naar die felbegeerde hoofdprijs. Van die zestien regisseurs zijn er slechts drie vrouwen: een mager getal, zeker in vergelijking met de de 44% vrouwelijke regisseurs in de nevensectie Un Certain Regard (8/18). Neem die “vernieuwing van de huidige generatie” voorlopig dus gerust nog even met een korreltje zout.