Hebben we nood aan nog eens een film over een vliegtuigcrash?

Bij het uitkomen van The Mountain Between Us overheerste er eigenlijk vooral één vraag : hebben we nog behoefte aan opnieuw een film waar een vliegtuig crasht en de overlevenden in barre omstandigheden thuis moeten zien te geraken? De wereld van de cinema heeft ons al veel van zulke films gegeven (zowel recentere films zoals The Grey maar ook oude films zoals Islands in the Sky) en er was maar één manier om daarachter te komen: de film te gaan kijken!

Het interessante aan The Mountain Between Us is dat Hany Abu-Assad besluit om het verhaal net iets verder uit te werken dan je in eerste instantie zou verwachten. Zonder teveel van het plot te willen gaan vrijgeven, besluit de regisseur een iets andere richting dan gewend uit te gaan. Hij mijdt hierbij de clichés niet en toch geeft juist net deze insteek de film een zekere vorm van bestaansrecht ten opzichte van andere soortgelijke films. Dat, en een behoorlijk vlotte regie trouwens. Zo is de crash van het vliegtuig aan het begin van de film in één vloeiende beweging opgenomen en dat zorgt voor een indrukwekkende scène. 
Gelukkig wordt er ook gekozen om zoveel mogelijk in echte natuur te filmen en ook dat geeft net een beetje extra authenticiteit aan de film. Zonde dan ook dat de continuïteit compleet overboord wordt gegooid. Ben moet blijkbaar een trimmer met een heel sterke batterij meesleuren, want zijn baard is altijd perfect getrimd. Ook het feit dat hij met een stel gebroken ribben zo fris als een hoentje rondhuppelt in de sneeuw is op zichzelf nogal vreemd te noemen. Het is echter altijd handig wanneer je een degelijke cast ter beschikking hebt en bovendien ook nog eens kan rekenen op een duo dat een goede chemie met elkaar deelt. 

Recensie The Mountain Between Us

Idris Elba (Ben)

Met Kate Winslet en Idris Elba was dat wel te verwachten natuurlijk. Alex en Ben zijn twee compleet verschillende personages (hij is meer praktisch ingesteld en verre van impulsief terwijl zij vooral op haar buikgevoel vertrouwt) en toch beginnen ze op den duur geloofwaardig naar elkaar toe te groeien. Zeker Elba is uitstekend op dreef – zelden een acteur gezien die zo expressief kan zijn met zijn ogen – maar ook Winslet mag zeker en vast gelauwerd worden. De film steunt voornamelijk op dit duo om de film overeind te houden, maar toch is er nog een onverwachte derde speler in het geheel 

Dat is een hond die (uiteraard) ook de vliegtuigcrash overleeft. Het realisme krijgt een serieuze deuk hierdoor, maar het zorgt nog wel voor een aantal leuke scènes. In dit soort films is er meestal een erg kleine cast qua bijrollen en dat is hier niet anders. De enige noemenswaardige bijrol is Beau Bridges (de broer van Jeff ‘The Dude’ Bridges) en die speelt hier de onfortuinlijke piloot. Hij voelt echter wat misplaatst aan ten opzichte van Winslet en Elba. Vooral ook omdat hij een rol speelt die barst van de clichés. Geen vluchtplan gebruiken en even aanduiden over welk onherbergzaam gebied ze momenteel vliegen? Bridges doet het allemaal.
De vraag waarmee deze recensie startte was: hebben we dus nog nood aan dit soort films? Het antwoord is een mes dat langs beide kanten snijdt. Dit is een thema dat blijkbaar nog altijd wel mensen aantrekt, maar op den duur worden het altijd wel eenzelfde soort film. Abu-Assad probeert er nog wat het zijne van te maken, maar zit ook te vast in het keurslijf van het genre. Een mooie regie en een degelijke cast redden dit echter van de ondergang.