Het is alweer 25 jaar geleden dat Steven Spielberg Jurassic Park op de wereld losliet. Het blockbusterlandschap is sindsdien flink veranderd, iets dat je merkt als je de recentste toevoeging aan de Jurassic-franchise vergelijkt met het origineel. Verwondering en wetenschappelijke accuraatheid zijn niet meer van tel, maar wel ongegeneerde dinopulp die met plezier een loopje neemt met de logica. En eigenlijk is dat nog wel fun.

Fallen Kingdom keert voor de zoveelste keer terug naar Isla Nublar. Het eiland dreigt verwoest te worden door een actieve vulkaan en het is aan Claire Dearing (Bryce Dallas Howard) en Owen Grady (Chris Pratt) om de nog levende dino’s op het eiland te redden voordat de jungle wordt overspoeld door lava. Maar natuurlijk loopt die reddingsactie niet volgens plan en duiken er ook schurken met snode bedoelingen op.

De regie ligt deze keer in de handen van de Spaanse The Impossible– en A Monster Calls-regisseur J. A. Bayona. En dat is goed nieuws, want de man is overduidelijk een betere filmmaker dan zijn voorganger Colin Trevorrow. Zijn oog voor sfeerschepping is veel scherper, hij perst veel meer memorabele beelden uit zijn camera en neemt ook de tijd om het verhaal op te bouwen.

Zo worden we niet zoals in Jurassic World haast onmiddellijk op het eiland gedropt. Bayona herintroduceert de helden van dienst op zijn gemakje en neemt ook voldoende tijd om twee nieuwe sidekicks en enkele antagonisten voor te stellen.

Eens het duidelijk is wie alle pionnen zijn, is het tijd om terug te keren naar Isla Nublar. En ja, een dreigende vulkaan als plotelement lijkt overdadig – en dat is het ook – maar Bayona weet van het eerste uur toch wel een leutig avontuur te maken, waarvoor hij onder andere leuke knipogen naar Raiders of the Lost Ark en The Wolf of Wall Street gebruikt.

Het tweede uur verandert de prent in een heel ander beest. Bayona heeft een zwak voor gothic horror en combineert daarom elementen van dat genre met dino’s. Vergezocht? Inderdaad. Compleet van de pot gerukt? Jup! Belachelijk, maar ook wel een tikkeltje plezant? Ja, dat ook.

Bayona vindt de toegankelijke gruwel in een stel hongerige en agressieve dino’s die door een oud herenhuis rondhuppelen. Helaas komt daar net zoals in de vorige film een gevaarlijke vleeseter bij kijken die werd samengesteld in een labo. De geloofwaardigheid en de tastbaarheid van de dino’s vliegen daarom door alle deuren en ramen. Dat is spijtig, zeker voor de Jurassic Park-nostalgici, die snakken naar twee uur lang terug even te geloven in het bestaan van prehistorische reptielen. Dat aspect is helaas niet meer aanwezig in deze franchise.

In de plaats krijg je een dino-avontuur dat compleet over the top gaat en zich nog maar weinig aantrekt van logica. Gelukkig heeft de regisseur van de dienst alle gekte genoeg in de hand om dit toch nog enigszins genietbaar te maken. Best dat we van die kleine troost even genieten, want bij deel drie is Trevorrow weer terug en mogen we waarschijnlijk fluiten naar een Jurassic-film met een geïnspireerde regie.

Bon, Op naar 2021!