Broederliefde tot de limiet

Na zijn Twilight-carrière is Robert Pattinson serieus aan het rebranden geslagen om van het vampierenimago af te geraken. Indie-avontuurtjes met David Cronenberg die niet altijd even goed werden ontvangen en andere projecten om uiteindelijk bij zijn recentste film te belanden: Good Time. Een blitse film waarin Pattinson tegen de tijd racet om na een mislukte bankoverval zijn broer uit de gevangenis te krijgen om zo samen te vluchten. Misschien niet zijn meest prestigieuze film, maar wel eentje om gezien te hebben.

Het moet de broers Safdie meegegeven worden, ze weten hoe ze een film moeten maken die een hoog spanningsniveau kan aanhouden. Van de overval tot de achtervolgingsscène, van een ziekenhuis naar een lunapark, elk deel van de film is gedrenkt in een gevoel van tijdsgebrek en druk. Dat is waar de film over gaat: Robbert Pattinsons personage, Connie, moet tegen de tijd vechten om zijn broer uit de handen van de politie te krijgen. De manieren en smoesjes die hij gebruikt zijn niet altijd even koosjer, verre van zelfs. Toch voel je als toeschouwer een gevoel van medeleven. Want de kijker weet waarom hij dit doet: om zijn gehandicapte broer uit de klauwen van een systeem te krijgen dat met haken en ogen aan elkaar hangt. 

Recensie Good Time

Op het eerste gezicht zou je kunnen zeggen dat Good Time een actiefilm is zonder dat er elke vijf minuten een reeks kogels om je oren vliegen. Maar er zit meer achter. Het is even goed een klacht tegen het systeem waar de broer, Nick, in vastzit, hoe hij met zijn mentale beperking geen aangepaste behandeling krijgt en in de gevangenis rake klappen te verduren krijgt. Het regisseursduo weet deze boodschap subtiel te verwerken door het niet het hoofdthema van de film te maken, het is slechts een zijspoor. Maar toch zindert het na, het beeld van gezwollen ogen blijft hangen. Dat is opmerkelijk aan deze film: de verschillende expliciete en impliciete elementen die er in verwerkt werden. 

Mogelijk de grootste verrassing van de film waren de verschijningen van Jennifer Jason Leigh (The Hateful Eight) en Barkhad Abdi (Captain Philips). Beiden krijgen ze een relatief kleine rol. Toch weet Jason Leigh als Corey de momenten dat ze op scherm verschijnt alle aandacht en bewondering naar zich toe te trekken. Als een verwende, aanhankelijke vrouw wil ze alles doen voor haar boy toy, Connie. Maar de interesse komt maar van één kant. Connie heeft duidelijk enkel interesse in het geld dat zijn broer vervroegd vrij kan krijgen. Dit heeft zowel een humoristisch als meelijwekkend effect. Want het is duidelijk dat Corey haar hart op de juiste plek heeft, maar haar liefde wordt niet beantwoord en ze is te verblind om dit te zien. Wat leidt tot zeer memorabele scènes waarin Corey de hele ruimte bij elkaar schreeuwt. 

Barkhad Abdi als de lunaparkwachter, voelde wat plat aan. Toegegeven, hij had niet veel om mee te werken. Maar wat hij toonde, voelde eendimensionaal aan. Zijn prestatie werd dan wel goedgemaakt door die van Robert Pattinson, Jennifer Jason Leigh en revelatie Taliah Webster, die de rol van Crystal op zich neemt. Gedrenkt in naïviteit volgt Crystal Connie door New York in het midden van de nacht op zoek naar de verloren broer. Met een hard schild langs de buitenkant, maar een aaibaar zachte binnenkant, weet Webster hoe haar personage in elkaar zit. 

Het personage dat niet via het zicht waargenomen kon worden, maar via de oren is de muziek die magistraal goed gemaakt werd door elektronisch talent Oneohtrix Point Never. Deze muzikant is geen onbekende voor de liefhebbers van het elektronische genre. Zijn muziek gaat hand in hand met de flitsende neonkleurige beelden waar de film van bulkt. De muziek vertelt zijn eigen verhaal, bouwt zijn eigen spanning op of geeft het verhaal zijn tederheid wanneer dit nodig is. Zelden gingen film en muziek zo goed hand in hand.