De fun, de nostalgische hits

Steven Spielberg is een meester in het balanceren tussen het meer serieuze werk waarmee hij mikt op de meerwaardezoekers en het lichtvoetige entertainment voor het grote publiek. Enkele maanden na het uitstekende The Post richt hij met het net op DVD, Blu-ray en Video On Demand verschenen Ready Player One zijn pijlen of eerder zijn controllers dan ook op de nostalgische gamers en geeks.

Het op Ernest Cline’s gelijknamige succesroman gebaseerde Ready Player One neemt ons mee naar het verre van rooskleurige 2045. Overbevolking, pollutie en armoede hebben de aarde in hun greep. Iedereen vlucht in de OASIS, een eindeloze virtuele wereld waar alles mogelijk is en dagelijkse realiteit snel vergeten is. Wanneer James Halliday (Mark Rylance), de designer van dat speeltje, overlijdt komt ook die vluchtroute op een helling te staan. Halliday heeft namelijk 3 easter eggs in het game verstopt. De eerste speler die de queeste tot een goed einde brengt erft niet enkel zijn fortuin maar mag zich voortaan ook de eigenaar van OASIS noemen.
Twee jaar geleden verslond ik in een recordtijd het boek van Ernest Cline en had nadien een aantal post it’s met games om nog eens ooit te spelen en een resem extra films op mijn al veel te lange watch list. Ready Player One zit dan ook boordevol referenties naar de popcultuur van voornamelijk de jaren 80 maar ook andere decennia komen aan bod in de bestseller. Ook in Spielberg’s adaptatie gaat nauwelijks een moment voorbij zonder een knipoog. Al wijkt men wel stevig af van het boek. Begrijpelijk, want een film als The Shining doet namelijk bij meer mensen dan een belletje rinkelen dan WarGames en een race tussen King Kong en de dino’s uit Jurassic Park komt visueel net iets beter tot zijn recht dan het ontleden van één van de klassieke Dungeons & Dragons-campagnes.

Recensie Ready Player One

Tye Sheridan in Ready Player One

Waar men jammer genoeg ook in gesnoeid heeft is het achtergrondverhaal. Spielberg gaat resoluut voor fun en diept het plot nauwelijks uit. Niet dat het boek een immense diepgang kent, maar de eerste 100 pagina’s kom je toch wat meer te weten over het ontstaan van OASIS en wordt het je duidelijk dat het ganse maatschappelijke leven inclusief het onderwijs zich in de virtuele wereld afspeelt. Het belang van de OASIS mocht wat meer worden belicht, al was het maar om de strijd te verklaren.

Ook de personages mankeren wat vlees. Wade/Parzival’s (Tye Sheridan) enige motivatie om de opdracht tot een goed einde te brengen lijkt om zijn naam bovenaan het scorebord te zien prijken. De intenties van Samantha/Artemis zijn meer gefundeerd maar uiteindelijk komt ze toch vooral naar voren als ‘trophy girl’. Over de andere teamgenoten, met Aech (Lena Waithe) voorop, komen we zelfs nog minder te weten.

Wil dit zeggen dat Ready Player One me teleurstelde? Nee, helemaal niet. Ik heb 140 minuten lang genoten van het CGI-spektakel vol nostalgie. Al had ik wel graag een afstandsbediening gehad om regelmatig te pauzeren en te checken welke referenties ik in volle vaart over het hoofd zag. De film is de perfecte popcornfilm om met het verstand op nul aan te vatten. Soms moet het niet meer zijn dan dat.