Is een horrorfilm pas geslaagd als je twee uur lang als een angstige zeug je ziel uit je lijf gilt of constant door je vingers naar het witte doek zit te gluren? Nope! Is een horrorfilm geslaagd wanneer hij zich als een hongerige parasiet geduldig een weg onder je huid baant en zich voedt met je meest primaire menselijke angsten? Jup, dan wel. Ari Asters eerste langspeler Hereditary doet dat tweede met verve, ook al levert hij niet het perfecte gruwelvehikel af.

Vergis je niet! Hereditary behoort niet tot de familie horrorblockbusters – en dan hebben we het over titels als It, The Conjuring en The Purge – die de afgelopen jaren volle zalen lokten. De prent die wordt gekenmerkt door rouw, occult gegriezel en familiale strubbelingen past eerder thuis in het rijtje van kleinschalige auteurshorrortitels – The Witch, The Babadook, It Follows,… – die het genre dit decennium nieuw leven hebben gegeven.

Die laatste categorie kenmerkt zich via films die horror op een eigenzinnige, moderne, psychologische of verfrissende manier toepassen. Hereditary mikt niet op makkelijke jump scares, maar teistert zijn publiek door horror te zoeken in situaties en gebeurtenissen waar we ons allemaal wel iets bij kunnen voorstellen. Het voornaamste thema dat Aster bezighoudt is het rouwproces van een familie, iets dat hij tot in het extreme uitdiept. De man achter de camera wil dat je de pijn en het verdriet van de hoofdpersonages in elke vezel van je lichaam voelt. En wees maar zeker dat hij daarin slaagt.

De opbouw van Hereditary voelt aan als een duistere, claustrofobische nachtmerrie waaruit ontsnappen onmogelijk lijkt. Dit is daarom ook horror die zijn tijd neemt om het verhaal uit de doeken te doen. Wie naar de bios trekt voor een thrill ride met het ene schrikmoment na het andere komt van een kale reis thuis. Dit is cinema die gestaag naar een climax toewerkt en onderweg je keel steeds meer toeknijpt tot je strottenhoofd uiteindelijk uit elkaar barst.

Het gevolg is wel dat je een film krijgt die iets te lang aanvoelt. En niet elk onderdeel van de prent voelt even geslaagd. Zo werken de psychologische en familiedramamomenten van Hereditary veel beter dan de occulte aspecten die in de tweede helft de hel doen openbarsten. Het is de occulte identiteit van Hereditary die ervoor zorgt dat je soms verrast wordt door een ‘been there, done that’-gevoel. Gelukkig is Aster getalenteerd genoeg om de herkenbare ingrediënten van de film voldoende sfeervol in te pakken zodat de spanningsboog nooit begint te zwalpen.

En dan is er nog de cast. De Most Valuable Player van deze moderne huivertopper is zonder twijfel Toni Collette. Haar vertolking van een rouwende vrouw snijdt diep. Heel diep. De pijn die ze in haar lichaamstaal legt, gaat door merg en been. Haar blik communiceert meer dan duizend woorden. Ze mag gemakkelijk in een adem genoemd worden met een resem andere actrices die volledig werden opgeslorpt door een horrorrol. Denk maar aan Shelley Duvall in The Shining of Isabelle Adjani in Possession.

Hereditary is uiteindelijk een slimme griezelprent die de gruwel achter onze alledaagse menselijkheid zoekt. De horrorfilms die dat op een geslaagde manier doen, zijn meestal ook de horrorfilms die in het pantheon van het genre belanden. Hereditary is soms wat te ambitieus voor zijn eigen goed – zeker tijdens de derde akte – maar probeer deze eerste langspeler van Aster maar eens van je af te schudden. Het zal je niet lukken, geloof ons.