Het mirakel van Ridley

Scott komt heelhuids uit het Kevin Spacey-debacle

Wie is de strafste Hollywoodregisseur van het moment? Inderdaad, Ridley Scott. Daar willen we niet mee zeggen dat we hem de beste cineast vinden, maar wel diegene die het meest onze mond doet openvallen met zijn ijverige werkethiek en professionalisme. Dat hij twee films per jaar probeert te maken vonden we op zich al heel bewonderenswaardig. Maar hij blies ons helemaal weg toen hij anderhalve maand voor de release van All the Money in the World besliste om zedendelinquent Kevin Spacey te vervangen door acteerveteraan Christopher Plummer. Een hallucinante zet, maar heeft het de film wel goed gedaan?

Wees maar zeker! Plummer speelt namelijk iedereen van het scherm als oliemagnaat, rijke stinkerd en supervrek J. Paul Getty. J. Paul wie? Scott doet in deze waargebeurde thriller de ontvoeringszaak van Getty’s kleinzoon in 1973 uit de doeken. J. Paul Getty III (Charlie Plummer) werd toen namelijk in Rome ontvoerd. De schurken vroegen 17 miljoen losgeld, maar opa Getty weigerde om de som te betalen. De moeder (Michelle Williams) van de jonge John Paul haalde daarom alles uit de kast om haar zoon heelhuids terug thuis te krijgen.

Scott mikt zowel op een barok familierelaas als een ontvoeringsthriller. Enerzijds slaagt hij er niet altijd even goed in om die twee subgenres evenwichtig te balanceren. Anderzijds is de 80-jarige Brit wel een meesterverteller die narratieve schoonheidsfoutjes – de cineast mispakt zich ook soms aan herhaling – weet weg te werken door een beklemmende vertelstijl, boeiende personages en een opgeklopte realiteit. Indien je niet al te veel over de echte Getty-zaak weet, slaagt opa Ridley erin om je voldoende op het puntje van je stoel te zetten. Je vervelen komt dus niet aan de orde.

Ook visueel weten Scott en zijn team de film aantrekkelijk te maken. Denk aan een mix van Citizen Kane en een stevige David Fincher-thriller. Tijdens de momenten waarop de film in het gigantische Getty-huis vertoeft, zijn de knipogen naar het Xanadu-complex uit Orson Welles’ meesterlijke debuut nooit veraf. De Fincher-factor tref je dan weer aan in het productiedesign en het camerawerk. Het kleurgebruik, de belichting en de de jaren zeventig-vibe doen je brein soms afdwalen naar titels als Zodiac en The Social Network.

Als finishing touch overgiet Scott die ingrediënten nog eens met een theatrale saus die soms ook een sardonische smaak achterlaat. De Getty’s zijn een apart volkje leren we tijdens de eerste akte, waardoor Scott ook een aparte wereld voor hen creëert. Een wereld die losstaat van de alledaagse realiteit, die vervuld is met eeuwenoude artefacten, die gehuld is in een ondoordringbare mist en die ook vroeg of laat onderhevig is aan gerechtigheid.

Het knapste werk wordt geleverd door de hoofdrolspelers. Zoals al werd vermeld, maakt Plummer vooral indruk. De huid van een harteloze geldwolf zit hem als gegoten. Getty is een man van simpele, maar verderfelijke principes. Principes die Plummer zich moeiteloos eigen weet te maken. Michelle Williams staat mooi haar mannetje naast het stokoude, ijskoude reptiel als een vastberaden moeder die zich niet laat intimideren door de rijkdom van haar voormalige schoonpapa. En Mark Wahlberg? Wel, die loopt wat verloren in de film. Zijn personage – een enigmatische veiligheidsagent – doet namelijk weinig om de plot vooruit te stuwen en Marky Mark lijkt ons ook niet het ideale type voor dit soort rol.

Maar laat Wahlberg vooral de pret niet verderven. In the end is dit een kundig gemaakte prent die alvast veel minder rommelig en schizofreen uit de hoek komt dan Alien: Covenant. Indrukwekkend als je weet wat Scott de afgelopen weken nog uit zijn camera moest toveren.

Op naar de volgende, Ridley!