Dat we onze jeugd nooit meer terugkrijgen, het blijft iets waar we als volwassenen toch maar moeilijk vrede mee nemen. We kijken daarom graag met enige weemoed terug op onze onschuldige kinderjaren. Disneys Christopher Robin omarmt de melancholie van de verloren jeugd en transformeert het in een sympathiek Winnie the Pooh-avontuur dat het vertikt om terug te vallen op een vrolijke naïviteit.

Dat Christopher Robin niet je typische jeugdavontuur is, merk je al snel aan het kleurenpalet dat de film hanteert. Geen felle kleuren die je van een gelukzalig gevoel moeten voorzien, maar doffe herfsttinten die zowel de thuiswereld van Pooh – The Hundred Acre Wood – als het Engeland uit de jaren vijftig van karakter voorzien. Het geeft Christopher Robin een zekere bescheidenheid mee, maar ook een opmerkelijke tristesse.

Die tristesse heeft de film al vanaf de eerste seconden in zijn greep. De prent start met de jonge versie van het titelpersonage die afscheid neemt van Winnie en zijn pluizige kompanen om eindelijk de volwassen wereld in te trekken. In een montage zien we hoe Robin studeert, zijn vader verliest, ten oorlog trekt en eindigt als een grauw personeelslid in een reiskofferbedrijf.

De boodschap die we van regisseur Marc Forster meekrijgen is duidelijk: opgroeien maakt maar saaie beestjes van ons. De terugkeer van Winnie in het leven van Christopher Robin (Ewan McGregor) moet er dan ook voor zorgen dat de man terug in contact komt met zijn innerlijk kind, de zin van het leven weer onder ogen komt en terug tijd vindt voor zijn gezin.

Pooh fungeert in Christopher Robin als een vertegenwoordiger van de simpele dingen des levens. Hij bombardeert je vaak met de onnozelste levenswijsheden, maar toch houden ze ook ergens steek. Pooh is die jongere ik die met trieste ogen zijn oudere ik aankijkt en vastberaden is om de oudere ik te herinneren aan het bestaan van de jongere ik. Je jeugd krijg je inderdaad niet meer terug, maar dat wil niet zeggen dat je geen beroep kan doen op bepaalde aspecten van het kind dat je toen was.

Meer dan Robin die zichzelf moet terugvinden met behulp van de kleine honingbeer omvat de plot eigenlijk niet. Geen grote schurken die onze helden in de weg staan. Geen immense set pieces die je doen doen duizelen in je bioscoopstoel. Forster en zijn scenaristen houden het allemaal zeer bescheiden. Zowel het narratief als de inkleding. De montage en mise-en-scène van deze Disneytelg zijn oerklassiek en zelfs een beetje saai, maar het past wel bij wat de film tracht te verwezenlijken.

Christopher Robin zal niet aan je ribben blijven kleven. De film is eerder een warme omhelzing die je anderhalf uur lang opzadelt met een gevoel van geborgenheid en onschuld. En je ook even op een oppervlakkige manier met jezelf confronteert. Niet alle jeugdfilms durven zo’n aanpak te hanteren, maar diegenen die het wel doen zijn blijvertjes.

En oh ja, Eeyore speelt iedereen van het scherm!