Animatiestudio Pixar vuurde veertien jaar geleden superheldenfilm The Incredibles op de wereld af. Het einde van de film hintte naar een vervolg, maar deze bleef lang uit. Tot enkele jaren geleden, toen een sequel bevestigd werd. Vertrouwde gezichten als Helen Parr, Rob Parr, Dash, Violet, JackJack en ontwerpster Edna Mode zijn allemaal weer van de partij, met nog enkele extra superhelden. Tezamen gaan zij de strijd aan tegen de slechterik “Screenslaver”.

Het vervolg pikt meteen op waar het ons de vorige keer achterliet: “The Underminers” terroriseren de stad met een gigantische drilboor om zo de bank leeg te roven. De familie Incredible ziet het gebeuren en onderneemt actie om de schade zo goed mogelijk te beperken. De aangerichte schade wordt echter wel aan hen toegeschreven wat het slechte imago die superhelden nog steeds hebben, alleen maar versterkt. De schaduw waar superhelden in leven dreigt donkerder te worden tot zakenman Winston Deavor een uitweg lijkt te weten. Hij stelt voor dat Elastigirl haar masker opnieuw opzet en een grootstad intrekt om daar kwaad te bestrijden en al doende het imago van superhelden opnieuw op te krikken. Schurk van dienst: Screenslaver. Aan de hand van hypnose probeert hij of zij anderen te controleren. Duidelijk een klus weggelegd voor een superheld.

De familie Incredible zijn niet de enige personages met bovennatuurlijke krachten, Pixar haalde er wat extra uit de kast om Helen Parr en co bij te staan. Het is fijn om te zien hoe ze bij de studio hun creativiteit de vrije loop lieten. Kleurrijke personages zijn het resultaat van de verrijking van de cast, maar dat zorgde voor een vertroebeling van waar de focus van de film ligt. Je kijkt naar Elastigirl die kwaad bestrijdt, maar plots worden daar een zestal nieuwe personages bij getoverd, elks met hun eigen krachten. Dat is te veel om deze allemaal in een film plotsklaps voor te stellen en om dan te verwachten dat de kijker zal kunnen volgen met wie wie is. Marvel spendeerde niet voor niets tien jaar aan de opbouw van hun universum om elke superheld voldoende en diepgaand genoeg voor te stellen. Hier werd een te korte bocht genomen. Nieuwe superhelden als Voyd en Helectrix zijn wel degelijk interessant genoeg om verder uit te leggen waar zij vandaan komen.

Met Elastigirl op de straat is het Mr. Incredible die thuis blijft om op de kroost te passen. Omdat de film meteen aansluit op deel één, zijn de kinderen nog steeds even oud en nog geen haar veranderd. Dash is nog steeds zijn energetische zelve, Violet is nog steeds introvert en JackJack is nog steeds JackJack. Dat Bob Parr plots de man des huizes is, bezorgt van tijd tot tijd grappige momenten, maar doet tegelijkertijd nadenken. Het is steeds normaler dat de moeder voor brood op de plank zorgt en dat de vader thuis de kinderen verzorgt. Voor sommigen zal dit grappig zijn, de man die niet meer mee is met hoe “wiskunde is de dag van vandaag”, maar anderen zullen zich storen aan de gendertypering die duidelijk aanwezig is in de film.

Het valt niet te ontkennen dat feminisme de laatste jaren hot en hip is. Incredibles 2 lijkt ook mee op deze trein gesprongen te zijn, door Helen naar voor te schuiven als de heldin van de film. Waar Mr. Incredible de sterspeler was in Incredibles, is zijn eega nu het centrum van de aandacht. Hoe erg dit ook lijkt op feminisme, dat is niet wat de kern is van de beweging. Waar het hem bij feminisme om gaat is dat er een gelijke is, niet een uiterste die uitgaat naar één van de seksen, waar ik het gevoel heb dat dat nu wel gebeurt. De focus wordt volledig verschoven van de man naar de vrouw. Terwijl er wel degelijk ruimte is voor beiden op dat gigantische scherm van de filmzaal.

Het lijkt misschien dat Incredibles 2 alleen maar gaten en hobbels heeft. Deze zijn er, maar dat neemt niet weg dat de film een pretrit is van jewelste. Wat in deel één gedaan werd, wordt naadloos overgedragen naar deze sequel. De look, feel en sounds zijn nog steeds dezelfde. Het is deze look en feel die meteen de grote sterktes zijn van de film. De retrofuturistische setting zorgt voor een gevoel van eigenheid. Er zijn geen geografische of technische elementen waar rekening mee gehouden moeten worden, de film bestaat in zijn eigen wereld. En Pixar slaagt erin de kijker mee te nemen en deze zich thuis te laten voelen in deze wereld.

Dat deel twee naadloos aansluit op deel één is zowel een vloek als een zegen. Een vloek omdat het daarom een nieuwigheid miste, een frisheid. Maar het is de zegen die de overhand neemt. Het gevaar met sequels is dat ze vaak een flauw afkooksel zijn van wat ooit de massa naar de cinema lokte en deze ook plezierde. Deel twee doet exact wat deel één veertien jaar geleden deed; het entertaint en doet lachen met hier en daar nieuwigheden (vooral aangeleverd door kleine JackJack).

Als er een personage de ster van deze film is, moet Elastigirl vriendelijk een stapje opzij zetten voor de jongste van haar nest. JackJack die nog niet weet wat hij allemaal in zijn mars heeft en die nog niet goed weet hoe hij wat hij in zijn mars heeft moet controleren. Dat leidt tot een hilarische aanvaring met een wasbeer, die het niveau van humor opkrikt tot een bovengemiddeld niveau. Daarnaast is de chemie tussen de jongste telg en ontwerpster Edna Mode er een die nog lang doet nagenieten.

Het tweede luik waar we veertien jaar op wachtten, stelt niet teleur, maar zet ook geen nieuwe standaard voor het genre. Hij doet wat een film gericht op kinderen moet doen: plezieren. En terwijl zullen de (ondertussen) volwassenen ook met volle teugen genieten van de personages die hen zoveel jaar geleden de tijd van hun leven bezorgde.