Een film waarin Jason Statham het moet opnemen tegen een gigantische prehistorische haai? Onze verbeelding sloeg op hol toen we voor het eerst de plot van The Meg ontdekten. Bloed! Geschreeuw! Geflipte actie! The Stath die het rotbeest verwoest met één welgemikte kopstoot! Jup, we werden er lichtjes enthousiast van. Maar helaas deelden de makers van The Meg onze visie niet.

De marketing van de prent was nochtans veelbelovend. De posters en social media-promo’s bombardeerden de bioscoopbezoeker met de ene ludieke knipoog na de andere. Je kon niet anders dan denken dat The Meg een zomerblockbuster zou worden die zijn thema niet al te serieus zou nemen. De film kon niet anders dan een mix van The Transporter en Piranha 3D worden.

Maar nee, de film is eerder uitgedraaid op een saaie en voorspelbare mix van The Abyss en de derde akte van Jaws. Gooi daar nog een vleugje Deep Blue Sea bij en je hebt The Meg.

Het scenario klampt zich angstvallig vast aan inspiratieloze monstermomenten, personages die weinig om het lijf hebben, abominabele dialogen en talloze clichés. De enige elementen die af en toe de meubelen bijna redden zijn de macho-kuren van Statham en enkele zeldzame suspensemomenten.

The Meg is een film die twijfelt tussen twee identiteiten. Wil de haaienthriller een onnozel stukje zomervertier zijn of wil het toch een uit de kluiten gewassen blockbuster met een dramatische inzet zijn. Well, the jury is still out.

Grote muil, weinig bijt.